Wij zijn de tijd

We dansten door het leven en sprongen hemelhoog. We droomden: wij zouden alles anders doen. Onze wereld moest groeien en bloeien. De toekomst wachtte ons op. Alles werd 'gelijk' verdeeld. We verbanden elke gedachte onder nul. We juichten naast de gebroken Muur. Wij bleven eeuwig jong. We vertrouwden.

Sommigen leerden en studeerden vele nachten lang. Anderen profiteerden van elke zonnestraal. 
Communicatie was ons wachtwoord. Vrijheid de leuze op de barricaden. We marcheerden tegen alle soorten pijn. We protesteerden tegen elk geweld. Van bont tot oorlog in verweggistan. 'Wij kunnen alles!' werd 'Alles kan'. We kregen kansen als woekerend onkruid. We baanden ons een weg doorheen de jungle van oneindige mogelijkheden.

We draafden. We kochten. We zochten. We bestormden het geluk in megastores. Wij verdienden meer. We vluchtten in fuiven en feesten. We zapten onze zorgen weg. Soms was er wat rust, onder gelijkgezinde vrienden. 'Ach, zo slecht was het allemaal nog niet.' Het kruis werd op zijn kop gezet en boodschap van vluchtige tederheid. De huizen en de auto's groeiden ons boven het hoofd. We zuchtten. We vochten en knokten om boven te blijven.

We verloren. De angst besloop ons. We kropen diep onder de dekens. 's Nachts droomden we niet meer. We verdrongen.

We creëerden een nieuw universum. We gingen met onze tijd mee. We volgden. We liketen. We deelden. Het web hield ons gevangen in onze eigen standenmaatschappij. In sneltempo leefden we de wereld op. We trokken scherpe zwaarden tegen het Kwade, maar vergaten de wonden te helen. 

We faalden. Want we gaven de jongeren van nu geen dromen mee.

30/01/2015